donderdag 31 oktober 2013

Honderdjarige oud-strijders van 1830

Laatste update: 19-07-2016

Laatste honderdjarige strijders uit 1830 en Leopoldisten


Onlusten aan huis Libry-Bagnano op 25 augustus 1830
Verzamelde menigte aan het huis van
Libry-Bagnano (1780-1836)
op 25 augustus 1830
Le Patriote Illustré 03-08-1930
De Belgen waren in 1829, de Hollandse regeringsvormen meer dan moe en werden door hen dan ook hatelijk en op misprijzen veroordeeld. Bovendien waren alle ministers Hollanders en bleef koning Willem I bij de steeds maar groter worden groeiende ontevredenheid der Belgen, onverschillig.

Tot puin herleide verblijf van justitieminister Cornelius Felix Van Maanen op 26 augustus 1830
Het in brand gestoken en tot puin herleide hotel
van justieminister Cornelis Felix Van Maanen
(1769-1846) op 26 augustus 1830
Le patriote Illustré 03-08-1930
Kwam daar nog bij, dat het leger in 1830 nog voordat de onlusten zouden uitbreken, men 2.000 Hollandse tegen maar 170 Belgische officieren kende.


Strijdlustige taferelen op de Grote Markt van Brussel op 26 augustus 1830
Woelige taferelen op de Grote Markt
van Brussel op 26 augustus 1830
Le patriote Illustré 03-08-1930
Toen op 24 augustus 1830 de verjaardag van koning Willem I met een vuurwerk en bijhorend feest zijn verloop kende, brak daags nadien, op 25 augustus 1830 tijdens de toneelopvoering van "La Muette de Portici" de onlusten uit. Wat toen volgde was de complete chaos.


Hollandse troepen leveren slag in de Vlaamse Steenweg op 23 september 1830
Hollandse troepen in de Vlaamse Steenweg
op donderdag 23 september 1830
Le patriote Illustré 28-09-1930
Tijdens de woelige semptemberdagen van 1830 werden tijdens de straatgevechten, 520 Hollanders gedood, 830 werden er gewond en 450 werden krijgsgevangen genomen en in de Brusselse brandweerkazerne bewaakt.

Hollandse troepen nabij de Naamse Poort op 23 september 1830
Hollandse troepen doen hun intrede
op donderdag 23 september 1830
nabij de Naamse Poort
Le patriote Illustré 28-09-1930

Van langs Belgische zijde kwamen er 450 vrijwilligers om het leven en telde men 1270 gekwetsten. Op het Martelarenplein te Brussel vind men alle namen van de gesneuvelden terug. Tussen al deze vrijwillige-strijders zaten er enkele tussen, die de eeuwgrens zouden overschrijden:


Ontvluchte gevangenen, oog in oog met de Hollanders in de Leuvenstraat
Hollandse troepen oog in oog met gevangenen
in de Leuvensestraat
Le patriote Illustré 07-09-1930

De 100-jarige oud-strijders


Een zekere Dangotte, die in juni 1800 werd geboren, diende tijdens de woelige septemberdagen van 1830 in de garnizoenen van Maastricht, Roermond en Venlo. Hij, werd als honderdjarige te Les-Boscailles dhuy gevierd.


Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes
Philippe Demoulin
1809-1912
Philippe Demoulin, was van geboorte afkomstig uit het Henegouwse Feluy-Arquennes, waar hij binnen een landbouwersfamilie het levenslicht zag op 28 december 1809. Hij groeide er op in de ouderlijke hoeve "Grande Peine", die door zijn vader was gebouwd. Zijn jaren voltrokken zich onder de Franse overheersing en Hollands Bewind en hij was eigenlijk een Fransman en Hollander in die tijd.

Op 25 mei 1828, tekent Philippe een dienstverbintenis aan voor vijf jaar bij de artilleriedivise en krijgt stamnummer 3927 toegewezen. Wanneer in 1830 de onlusten uitbreken, wordt er slag geleverd in het Brussels park met de Hollandse troepen. De Belgen waren immers de onderdrukking meer dan moe.

Philippe verbleef er in de kazerne van het " 't Klein Kasteeltje" en verlaat er op 21 maart 1836 het leger. Hij wordt er bij de reserve eenheden opgenomen en gaat effectief met verlof op 28 februari 1838.

Volgens geschreven bronnen, sprak Philippe liever over de gebeurtenissen van 1815 dan over deze van 1830. hij herinnerde zich als zesjarige knaap, waneer de legers van Napoleon langs Feluy-Arquennes doortrokken, zich halt hielden op de hoeve van zijn vader. Ruiters zetten hem dan in hun zadel en reden met de kleine Philippe door de velden.


Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes voor zijn café
Philippe Demoulin doet
zijn opwachting voor zijn café
Wanneer Philippe eenmaal teruggekeerd was naar zijn woonplaats en naar zijn echtgenote Joachime Wauthmy, waarmee hij elf kinderen had, opende hij er het café "Du Stade" en zou er gans zijn leven blijven wonen. Op 95-jarige leeftijd las hij nog zonder bril. Daarenboven bleek hij over een ijzeren maag te beschikken. Bovendien was Philippe een verstokte pijproker, want de een volgde de andere op. Zelfs kort voor zijn overlijden vroeg hij nog om zijn pijp.

Wanneer Koning Albert I, op 16 januari 1912 een bezoek aan de voormalige oud-strijder, die gediend had onder Koning Leopold I en Koning Leopold II wou brengen, stuurde hij zijn secretaris Godefroid daags voordien naar Feluy-Arquennes om er de familie daarvan op de hoogte te brengen.

Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes doet zijn opwachting voor zijn café n.a.v. het bezoek van Koning Albert I, dat plaatsvond op 16 februari 1912
Philippe Demoulin
ontvangt Koning Albert I
op 16 februari 1912
De secretaris werd er in de herberg persoonlijk ontvangen. Drie dochters van Philippe, stonden hun hoogbejaarde vader bij en luisterden naar de koninklijke secretaris. De Koning zou in eigen en persoonlijke naam aan de hoogbejaarde oud-strijder een foto zou komen overhandigen. De secretaris, had alle moeite om Philippe te overtuigen.

Het koninklijke voertuig hield halt aan de nederige woning-herberg van Philippe Demoulin, die zich in zijn oorspronkelijke klederdracht van strijder uit 1830 had uitgedost, namelijk de blauwe kiel, met versierde muts, geel en zwarte kokarde.

Nederig stond hij gebogen in het bijzijn van zijn vier dochters, drie zonen, acht kleinkinderen en zeven achterkleinkinderen. Burgemeester François (Joseph) Deladrière, pastoor Delhaye, gewezen schepen Aimé Rousseau en andere personaliteiten samen met de veldwachten stonden de honderdjarige bij.


Philippe Demoulin (1809-1912) Arquennes met een dochter naast de foto van Koning Albert I
Philippe Demoulin met een dochter.
Koning Albert I, liep met open armen naar zijn roemrijke landgenoot, waarbij een langdurige en warme omhelzing plaatsvond. Bij het binnentreden van de achterkamer stond de champagne klaar op het schenkblad. De koning weigerde eerst, maar stemde uiteindelijk toe na aandringen van zijn oud-soldaat en strijder.

Tijdens het gesprek maakte Philippe aan koning Albert I duidelijk, dat hij geheel zijn leven aan zijn Vaderland was toegewijd en verwoordde het als volgt:"...ik heb onder Napoleon I, Willem I, Leopold I, Leopold II en Albrecht I gestreden en gediend; ik was officieel Fransman, Hollander en uiteindelijk Belg, maar heb mij nooit anders dan Belg gevoeld".


Begrafenisplechtigheid van Philippe Demoulin in februari 1912
Begrafenisplechtigheid
Philippe Demoulin
La Dernière Heure 25-02-1912
Er werd geklonken op de goede gezondheid, met de wens elkaar nog in de toekomst te mogen ontmoeten. Terwijl de kranige oud-strijder van 1830 in zijn leunstoel zat, overhandigde koning Albert I aan Philippe één van zijn mooiste ingelijste foto's. "Leve de koning": riep de geëmotioneerde Philippe uit", en liet zijn tranen de vrije loop. Het innig gesprek duurde ruim een half uur.



Buste van Philippe Demoulin (1809-1912), dat zich in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschienis te Brussel bevind.
Philippe Demoulin 1809-1912
Le dernier des derniers combattants
de 1830
Koninklijk Museum van het Leger
en de Krijgsgeschiedenis
Kort nadat dit koninklijk gesprek had plaats gevonden, overleed Philippe op 14 februari 1912 in zijn geboortedorp.


Koning Albert I, stuurde bij dit eervol overlijden van Philippe Demoulin een koninklijk telegram aan zijn nazaten en liet zich afvaardigen door kolonel de Moor en kapitein Lattoir. Volgens de pers ging Philippe de geschiedenis in als de langst in leven zijnde "Combattants de 1830", die 102 jaar, 1 maand, 2 weken en 3 dagen oud werd. Achteraf zou blijken, dat dit niet zou kloppen.


Nadat de begrafenis voltrokken was, kwam er kort daarna uit onverwachte hoek een reactie uit de buurt van Virton, waar er nog een honderdjarige oud-strijder in leven was, namelijk Jean-Philippe Lavallé.

Gevechten in het park van Brussel op 25 september 1830
Gevechten binnen het park van Brussel
op 25 september 1830
Le Patriote Illustré 28-09-1930
Gevechten op het hoogste punt van het park van Brussel op 24 september 1830
Gevechten op het hoogste punt van het
park van Brussel op 24 september 1830
Le Patriote Illustré 28-09-1930




 








Jean-Philippe Lavallé (1809-1913), de oudste 100-jarige combattant van 1830
Jean-Philippe Lavallé
1809-1913
Le Patriote Illustré 16-02-1913
Hij, werd op 4 februari 1809 te Saint-Mard (Virton) geboren. Een andere bron schrijft van Saint-Mard in het département des Forêts in Frankrijk (?). Jean-Philippe was de zoon van Jean-Baptiste Lavallé (1780-1867) en van Marie-Joseph Autelet (°1784). Op 1 mei 1828 vervult hij zijn legerdienst bij het 2é Linieregiment en wordt gekazerneerd op de citadel van Namen. Dit onder het toen nog Hollands Bewind van Willem I.


Belgische patriotten in een kelder in de Koningstraat openen het vuur.
Patriotten verdoken in een kelder in
de Koningstraat en openen het vuur
Le Patriote Illustré van 1930
Tijdens de woelige onlusten van 1830, levert hij met zijn Waalse streekgenoten hoofdzakelijk gevechten in de Kempen en wordt door ziekte getroffen te Venlo.

Vervolgens werd hij achtereenvolgens gekazerneerd te Gent, Ypres bij Merch (Groothertogdom Luxemburg) en streed er te Leuven en te Maastricht. Bovendien zou hij zich verder van 1831 tot in 1833 blijven inzetten en gevechten leveren. Op 1 juli 1834 krijgt Jean-Philippe een frontstreep en wordt uiteindelijk in 1839 gedemobiliseerd.

Barrikade ter verdediging van het hotel "Belle-Vue" op de hoek van het Koningsplein.
Vrijwilligersbarrikade voor de verdediging
van het hotel "Belle-Vue" op de hoek
van het Koningsplein
Le Patriote Illustré 28-09-1930

Eenmaal terug actief in het dagelijkse leven, helpt hij mee aan het uitgraven van het kanaal van Donchéry (Meuse). Jean-Philippe trad op 14 januari 1846 in het huwelijk te Rumont met Marie Thérèse Larcher. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. Vervolgens was hij werkzaam bij het aanleggen van de spoorlijn naar Saint-Mard.


Artilleriegevechten met vooraan Jean-Joseph Charlier (1794-1886), die over een enorme buitengewone wilskracht beschikte en de bediener was van het ijzeren kanon.
Artilleriegevechten met vooraan
Jean-Joseph Charlier (1794-1886).
Ondanks, dat hij een houten been had,
beschikte de man over een buitengewone
wilskracht en bediende hij het ijzeren kanon
Le Patriote Illustré 28-09-1930



Wanneer echter het krantenartikel van 1912 in de "L' Indépendance" verschijnt waarin bekend werd gemaakt, dat de laatste overgebleven oudste vrijwilliger uit 1830, Philippe Demoulin overleden was, ontstond er enige beroering in Saint-Mard.

De Burgemeester van Saint-Mard, François Joseph Piessevaux (1855-1937), burgervader van 1906 tot 1932, doorzocht zijn archieven en kwam tot de bevestiging, dat Lavallé nog in leven was én hij dus de langst levende patriot was van 1830. Onder zijn impuls werden de nodige stappen ondernomen om de oud-strijder naar zijn geboortedorp Saint-Mard nabij Virton terug te halen.


Jean-Philippe Lavallé (1809-1913), de oudste 100-jarige combattant van 1830
Jean-Philippe Lavallé
Le dernier des derniers
Combattants de 1830
Koninklijk Museum
van het Leger en de
Krijgsgeschiedenis
Samen met Louis Georges Auguste Lorand (1860-1918) overtuigen zij Jean-Philippe en vestigde hij zich op 19 december 1912 terug in zijn geboortedorp. Ondertussen was de held meer dan 103 jaar oud geworden. Door zijn terugkeer creëerde men een ware voedingsbodem tot allerhande roemrijke gesprekken en verhalen van hun streekgenoot.

Op 4 februari 1813 vond er naar aanleiding van zijn 104é verjaardag een groot volksfeest plaats te Saint-Mard. Een subsidie van 200 oude Belgische Franken mocht hij in ontvangst nemen en kreeg vervolgens het Kruis van Ridder in de Kroonorde opgespeld, door de kolonel van het 2é Linieregiment.

De Herinneringsmedaille van 1830 had Jean-Philippe eerder opgespeld gekregen. Bovendien beschikte de bejubelde veteraan over een goede memorie, want hij wist nog goed, dat hij onder de bevelen van kolonel en latere generaal Fréderic Dollin du Fresnel (1787-1856) en generaal Nicolas Joseph Daine (1782-1843) stond.
Buste van Jean-Philippe Lavallé (1809-1913), dat zich in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel bevind.
Jean-Philippe Lavallé
Le dernier des derniers
Combattants de 1830
Koninklijk Museum van het Leger
en de Krijgsgeschiedenis

Lang heeft hij niet kunnen nagenieten van de belangstelling en feestelijkheden. Geveld door een zware griep, overleed Jean-Philippe op 19 februari 1913 in zijn geboortedorp Saint-Mard in de provincie Luxemburg. Hij, werd opgebaard in een zaal van het gemeentehuis, die voor deze droeve gelegenheid als rouwkapel was ingericht. Familieleden hielden voortdurend de wake.

De begrafenisplechtigheid vond plaats op 22 februari 1913 om 11u30 en verliep indrukwekkend. Met zijn 104 jaar, 2 weken en 4 dagen, was hij namelijk niet alleen de allerlaatste "combattants van 1830", maar ook de oudste en laatste overgebleven oudstrijder, die streed voor het voortbestaan van België.

De afvaardigingen waren talrijk. De koning, die een telegram had gestuurd naar de naaste familieleden, liet zich afvaardigen door zijn veldadjudant kolonel Deruette (werd later nog generaal) en door zijn ordonnanceofficier kapitein staf-adjunct, commandant d'Outrepont. Vervolgens liet de toenmalige Minister van Oorlog, Charles de Broqueville (1860-1940) zich vertegenwoordigen door kapitein Blaise en Minister van Binnenlandse zaken, Paul Berryer (1868-1936) door zijn bestuurder dhr. Guelton en zijn bureelhoofd dhr. Simon.

Een afvaardiging van het 2é Linieregiment onder het bevel van lt.kol. Cuvelier uit Aarlen woonde eveneens de plechtigheid mee, waarbij de onderofficieren van het regiment de lijkkist droegen. De stoet werd voorafgegaan met het vaandel van 1830, geleid door een afvaardiging der "Maatschappij der kinderen van de Strijders van 1830", dit onder de leiding van dhr. voorzitter Gonne en zijn secretaris dhr. Besinne met talrijke leden van de maatschappij.

Gouverneur Graaf Emmanuel de Briey (1862-1944) van de provincie Luxemburg, leden van de bestendige deputatie, senatoren, volksvertegenwoordigers en hoge ambtenaren van het provinciaal bestuur liepen stoetsgewijs mee evenals de burgemeester van Virton, zijn schepenen en gemeenteraadsleden gevolgd door alle kinderen uit de naburige scholen. Talrijke redevoeringen werden er gehouden, waaronder deze van burgemeester Piesseveau, door dhr. Guelton van Binnenlandse Zaken en door dhr. voorzitter Gonne, die eindigde met zijn redevoering:

"In naam der kinderen en afstammelingen der strijders van 1830, bid ik u mijne heren de uitdrukking te willen aanvaarden van onze erkentelijkheid en vaarwel te zeggen aan Jean-Philippe Lavallé, de laatste strijder van 1830, met aan zijn stoffelijke overblijfselen een laatste groet te sturen met het vaandel, dat getuige was van hun heldendaden, maken wij ons de tolk van die dappere strijders met de wens te uiten, dat al de Belgen zich in een enkele gedachte, in eenzelfde poging zouden verenigen voor het behoud van de onafhankelijkheid, van de vooruitgang, van de grootheid van ons duurbaar Vaderland".


Kolonne van 1.100 vluchtende Hollanders passeren de Naamse Poort op 23 september 1830
Een kolonne van 1100 vluchtende Hollanders passeren de Naamse Poort op
23 september 1830. Le Patriote Illustré van 1930


Antoine Lemoine (1808-1911)
Antoine Lemoine 1808-1911
Oud-strijder Antoine Lemoine, werd op 3 maart 1808 te Saint-Fontaine (Pailhe) in de provincie Luik geboren.  in 1828, trad hij in dienst bij het 11de Linie van het Hollandse leger. Wanneer in 1830, de onlusten uitbraken, was hij met verlof en aarzelde niet, om zich bij de patriotten aan te sluiten. Antoine liet hij zijn vrouw, kinderen en zijn werk achter zich om zich met andere strijders te verenigen en er straatgevechten te gaan leveren.

Tijdens de veldtocht van Hasselt werd hij gevangen genomen en werd daardoor opnieuw bij de Hollandse legereengehden ingelijfd. In 1833 keerde hij voorgoed naar zijn haarstede terug.


Antoine Lemoine (1808-1911)
Antoine Lemoine 1808-1911
Wanneer hij honderd jaar oud geworden was, werd hij te Modave uitbundig gevierd. Op 14 januari 1911, overleed Antoine op de leeftijd van 102 jaar, 10 maanden, 1 week en 4 dagen.

De begrafenisplechtigheid vond drie dagen daarna plaats in de kerk van Modave en werd bijgewoond door heel wat hoogwaardigheidbekleders. Onderofficieren van verschillende legereenheden, hadden er met hun vaandel post gevat.

Antoine was houder van het Herinneringskruis van 1830 en Ridder in de Leopoldsorde.



Honderdjarige combattants de 1830,Philippe Demoulin (1809-1912), Antoine Lemoine (1808-1911) en Joseph Ronchesne (1804-1905)
De drie honderdjarige
"combattants de1830",
Philippe Demoulin,
Antoine Lemoine en
Jean-Joseph Ronchesne
Toenmalig voorzitter dhr. Tiberghein van de Maatschappij der kinderen van de strijders van 1830, hield er als laatste spreker zijn redevoering. Samen met andere prominenten brachten zij het ere-salut en namen voorgoed afscheid van de steeds maar dunner wordende groep vrijwilligers-strijder uit 1830.

Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905)
Jean-Joseph Ronchesne
1804-1905

De eerste honderdjarige combattants van 1830, die gevierd werd was, Jean-Joseph Ronchesne, die op 29 februari 1804 te Hoei werd geboren. Hij, was de zoon van Pierre-Joseph en Marie-Catharine Ronchesne-Gaillard.

Zoals zijn voorgaande besproken strijdmakkers en nog vele andere strijdlustigen aarzelde hij niet om gevechten te gaan leveren tijdens de woelige septemberdagen van 1830.


Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905) met vaandel uit 1830
Jean-Joseph, die in 1904
als honderdjarige werd
gevierd. Poserend in zijn
oorspronkelijk strijders-
uniform met het vaandel
uit 1830
Nadat de onderdrukte Belgen eindelijk verlost waren van het hatelijk Hollands Bewind, ondertekent Jean-Joseph een dienstverbintenis voor zes jaar bij het 2é linieregiment. 



Gevechten in de Leuvensestraat achter het Paleis der Algemene Staten
Gevechten in de Leuvensestraat achter
het Paleis der Algemene Staten
Le Patriote Illustré 09-11-1930
Op 28 januari 1831 vervoegt hij de kazerne van Namen, daarna ging het naar Aarlen, Zonhoven en Hasselt onder het bevel van generaal Nicolas Joseph Daine (1782-1843).



Hollandse troepen trekken zich terug op 26 september 1830
Terugtrekking der Hollandse troepen op
26 september 1830 om 4 uur in de morgen
Le Patriote Illustré 09-11-1930

Hij vervult zijn langdurige militaire verplichtingen met veel overgave. Een bevordering tot brigadier werd hem toegekend op 26 mei 1832 en wist zich tussen 1831 en 1834 meermaals te onderscheiden tijdens verschillende militaire operaties. Zijn militair avontuur eindigt op 5 april 1837.

Jean-Joseph, die ondertussen 33 jaar oud geworden was, keerde terug naar zijn heimat en zette zijn beroep als wijnbouwer verder. Tot op de leeftijd van 78 jaar bleef hij tussen zijn wijnranken lopen, samen met zijn familie en zes kinderen. Hij genoot destijds van een pensioen van 900 oude Belgische Franken.


Huldeviering van Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905)
Huldeviering en eeuwfeest Jean-Joseph Ronchesne
Le National Illustré maart 1904
Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Tijdens de koude zondagwinterdag van 28 februari 1904 werd Jean-Joseph als honderdjarige gevierd. Hij was tevens de eerste oud-strijder van 1830, die als honderdjarige werd gevierd.




Jean-Joseph Ronchesne (1804-1905) bovenste rij rechts
Hier zien we Jean-Joseph Ronchesne bovenaan rechts afgebeeld
n.a.v. het 75 jaar bestaan van België met enkele van zijn
wapenbroeders. Kort na de viering overleed Jean-Joseph.
Geen enkel onder de hier afgebeelde oud-strijders buiten
Ronchesne haalden de eeuwgrens.
Eigenlijk was hij een schrikkelhonderdjarige van 25 jaar oud. Een heus feest werd ingericht ter ere van de gewezen brigadier van het 2é Lanciersregiment. Meer dan zestig verenigingen hielden eraan om deel te nemen, evenals zijn oude wapenbroeders en gewezen onderofficieren van zijn voormalig regiment. een piketkploeg van de Rijkswacht bracht de stoet op gang, waarbij de school van de 1é Jagers te Voet de erehaag vormden voor de kranige hoogbejaarde veteraan. Daarna nam de strijdersheld van 1830 plaats op de triomfwagen, die richting Grote Markt trok.

De aankomst van de ellenlange stoet op de Grote Markt en Stadhuis, gebeurde zowel met enige ontroering als met gejuich, waarbij een Hoeise koorvereniging de lofzang aan het vaandel van Berleur ten beste gaf.
Burgemeester Chainaye ontving er combattants Ronchesne en zijn sympathisanten. Kolonel Wouters, die door de Regering werd afgevaardigd, spelde op de kiel van de strijder "Het Kruis van Ridder in de Leopoldsorde. 


François Van Campenhout (1779-1848) zingt de Brabançonne
François Van Campenhout (1779-1848)
zingt de Brabançonne
Le Patriote Illustré 28-09-1930
Eerder had hij op 6 maart 1893 de Herinneringsmedaille van 1830 opgespeld gekregen. Vervolgens overhandigde de kolonel aan de jubelhonderdjarige een brief vanwege de Minister van Binnenlandse Zaken Jules de Trooz (1857-1907).


De Brabançonne
La Brabançonne
Achtereenvolgens namen secretaris Stockman van de Comissie van Middenmaatschappij der gedecoreerde strijders van 1830, generaal-voorzitter De Schepper der federatie der oud-militairen van de provincie Luik, kolonel Saillez en dhr. Laveleye in naam van de verbonden oud-militairen het woord. Tot slot nam kapitein-bevelhebber Roox van de school van de 1é Jagers te Voet het woord en wenstte in sierlijke termen de held geluk en groette hij het vaandel van 1830.

Een verkorte weergave van zijn citaat:

"...in naam van de regimentschool vann het 1é Jagers te Voet en ook in naam van het klein garnizoen,groeten wij de held eerbiedelijk.

Het is wel Hij, mijne heren, dé held, die op dit ogenblik voor onze ogen de geschiedenis der worstelingen opsomt, die ons de laatste eeuw onze bodem hebben bebloed, want hij is de tijdsgenoot van Waterloo en één der helden van 1830, die ten prijze van hun bloed de onafhankelijkheid van ons vierbaar Vaderland hebben gewonnen..."

Jean-Joseph Ronchesne, overleed in zijn geboortestad op 21 april 1905. Het jaar waarin de 75é verjaardag werd gevierd van Belgiës onafhankelijkheid in verschillende steden. Bovendien was hij de eerste honderdjarige oud-strijder van 1830, die als eeuweling werd gevierd. Jean-Joseph, werd 101 jaar, 1 maand, 3 weken en 2 dagen oud. 


Eindelijk vrij, vooraanstaande Brusselse familie brengt een toast uit ter ere van Koning Leopold I
Een vooraanstaande Brusselse familie brengt een eerste toast uit op de Koning Leopold I met de leuze:
De Koning, De Wet en de Vrijheid - Le Patriote Illustré 28 -09-1930

Veel van zijn wapenbroeders werden ook heel oud of haalden nipt de eeuwgrens niet. Ook hun inzet, durf en moed, dat destijds met veel bloedvergieten gepaard ging mag voor hen niet vergeten worden. Zowel Vlamingen, Brusselaars als Walen lagen immers aan de basis van Belgiës onafhankelijkheid en streden daarvoor zij aan zij. Vandaar de sfeerbeelden van destijds.

Misschien als besluit meegeven, dat het de moeite loont om eens een bezoek te brengen aan het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel. Van de hierboven besproken oud-strijders van 1830 kan men hun buste, geschilderde portetten, kledij... aanschouwen. Bovendien beschikt het ernaast gelegen Koninklijk legerarchief over unieke documenten uit hun actieve periode.


Zie ook Leopoldisten.

Bronnen:
1830 La Révolution-Les Derniers Combattants
1830 Geïllustreerd - door Leo Van Neck 1903
Belgisch tijdschrift voor militaire geschiedenis
De Belgische soldaat 21é reeks
La Belgique Militaire 10 augustus 1902
Le National Illustré van maart 1904
Den denderbode van 17 juni 1900 en15 augustus 1909
La Belgique Militaire 22 janauri 1911 en 5 februari 1911
De Volksstem van 18 februari 1912
La Dernière Heure van 25 februari 1912
La Vie Militaire van 5 maart 1913
Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
www.bloggen.be/rodecal/archief
Postkaarten, verzameling Leon Dyme

Met dank aan Anthony Croes-Lacroix (Senior GRG Correspondent Benelux), voor zijn bijdrage en rechtzetting van de geboortedatum van Antoine Lemoine
 

Link:
http://noeldemey.blogspot.be/2009/01/brugse-combattant-boudewijn-craeye-van.html
http://noeldemey.blogspot.be/2013/11/belgische-honderdjarige-oud-strijders.html
http://archiefstadkortrijk.blogspot.be/2013/07/monsieur-van-gheel-laatste-oudstrijder.html

Indien er lezers zijn, die over aanvullende informatie beschikken van Belgische honderdjarigen over gelijk welke aard, kunnen contact opnemen via mail: noel.de.mey@telenet.be


Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.
©Noël De Mey










Bisschop Albertus Van Den Eede 1603-1687



Bisschop Albert Van den Eede (1603-1687)
Bisschop Albertus Van den Eede
(1603-1678)
Albertus Van den Eede werd op 16 maart 1603 te Brussel geboren. Zijn moeder was de zuster van bisschop Jan Le Mire. Albertus studeerde te Leuven en op 24 maart 1624 - 21-jarige leeftijd - werd hij kanunnik te Antwerpen. Reeds tweemaal kapelaan zijnde, werd hij in 1628 priester en behaalde hij het licentiaat in de godgeleerdheid.

Reeds vanaf 1633 werden er aan hem opeenvolgende diensten in het kapittel toevertrouwd. Bovendien had hij de meest uitgebreide administratieve loopbaan, die men maar kon indenken. In eerste instantie staat hij voor de "grote vruchten" van het kapittel als "meier", vervolgens werd hij meier van de "distributies", daarop volgend brood-en wijnmeester gevolgd door actuarius of secretaris.

In 1643 werd hij scholaster en kort daarna draagt hij zijn Antwerps kanunnikaat over aan zijn neef Jan Van den Eede te Brussel, maar bij het intussen vrijkomen van een andere prebende van kanunnik te Antwerpen, bleef hij er dus te Antwerpen.

Wanneer  in 1652 bisschop Gaspar Nemius naar Kamerijk vertrok, werd kanunnik Van den Eede, lid van het vicariaat en aartspriester en werd hij daarenboven in 1654 tresorier. Van 1654 tot 1665 is hij "decanus Christianitatis" of landdeken en werd hij in 1665 benoemd tot aartsdiaken van Kamerijk.

Naar aanleiding van zijn 50-jarig kanunnikenambt, dat op 3 januari 1675 plaatsvond, werd hij door het kapittel vereerd met een aam Rijnwijn. Een eremis werd door de bisschop Capello opgedragen aan de jubilerende aartsdiaken en werd met een plechtige stoet rond het kerkhof onder tromgeroffel, fijfers en kanonschoten beëindigd. Een verslag daarvan bevind zich in de akten van het kapittel.

Een jaar na zijn viering, overleed bisschop Capello en was kanunnik Van den Eede 's Konings kandidaat ter opvolging. Zijn inwijding vond plaats op 31 oktober 1677 te Brussel met een plechtige inhaling te Antwerpen. Zijn leuze was een zinspeling op zijn eigen naam "Jure-jurando". Een goed jaar na zijn plechtige installatie overleed hij op 6 november 1678.

Zijn geschilderd portret, dat bewaard is gebleven werd door Jan Erasmus Quellin de jongere geschilderd. Een goede biografische weergave over bisschop Albertus Van den Eede, die door "Goetschalckx" werd weergegeven onder te titel van "Geschiedenis der kanunniken van O.-L.-V. te Antwerpen".

Brontekst: 
Zondagsvriend 20-11-1932
Oud-Antwerpse portrettengalerij van Floris Prims

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.
Noël De Mey

woensdag 30 oktober 2013

Het ontstaan van voetbal

Laatste update: 08-11-2013

Volgens de Brit Arthur Waley, die aan het Britisch Museum verbonden was als vertaler, zouden de Japanners in 1004 het voetballen reeds uitgevonden hebben. Hij baseerde zich op een in het Japans geschreven novelle, waar er sprake was van het voetbal. "Er werd destijds een spel beoefend, waar men tegen een bal schopte". Volgens de vertaler rees er twijfel of het wel ging over het voetbal, dat door de eeuwen heen beter tot stand kwam.

Andere geschreven bronnen maken melding, dat de Grieken in geen geval voetbal kenden en hun sportieve bedrijvigheden beperkt zagen tot het "Apporaxis" en het Episkyros", wat als voorgangers van het tennis- en cricketspel kon gelden.

Anderzijds stonden de Romeinen heel wat dichter aangeleund bij het tegenwoordige voetbalspel. Het "Haspartum", was een spel, dat destijds hoog in hun vaandel en in aanzien stond. Twee ploegen met een groot aantal spelers, bekampen elkaar met een gevulde blaas met zand en lucht en hem vervolgens dragen of voort te duwen tot over de lijn van de tegenstrever.

Bovendien zou het nog eeuwen duren vooraleer het balspel weer zou opduiken anno 1300 in Engeland, waar men een lederen bal "soule" gretig gebruik maakte. Hierdoor kwamen openbare pleinen in gevaar voor de kinderen en ouderlingen, omwille het feit, dat de wedstrijden dikwijls gepaard gingen met uitspattingen en vechtpartijen (hooliganisme bestond dus reeds toen al)!

Op 13 april 1314, verbood koning Edward II van Engeland, dit balspel. Het gewone volk, nam het echter niet zo nauw met de nieuwe koninklijke besluiten en trok zich daar amper iets van aan. Een van de redenen tot verbod, was omdat het begeerde boogschieten hierdoor in verval raakte. Bekwame schutters zagen hun opleiding daardoor ten onder gaan. Vanuit Westminster werd op 12 juni 1349 een eerste nieuw en streng verbod uitgevaardigd, met gevangenisstraffen aan al wie zich nog zou wagen aan het voetbal-of hockeyspel.

Gedurende drie volle eeuwen kwam de voorloper van het voetbal in onmin terecht, tot wanneer Karel II, in 1660 een wedstrijd liet spelen tussen zijn hofleden en deze van Hertog van Albernale. Het "soule-spel" kreeg daardoor gedurende een eeuw lang in Engeland terug heel wat bijval. Hoewel men het spel met de heldendaden der beide ploegen bejubelde, bleef het niet in stijgende lijn en kwam het tegen het einde van de 18e eeuw in verval. Omstreeks 1840 was het spel gedoemd, om te verdwijnen.

Onder impulsen van de Engelse colleges, werd het spel terug ingevoerd, met reglementsaanpassingen. Men verwees enerzijds naar het "soccerspel" of voetbal-association of in het andere geval naar het rugbyspel. Stilaan-wat Engeland betreft-kwam men in een periode terecht, waarbij men de normen van het hedendaagse voetbal kennen. Met enige voorzichtigheid kan worden doorgegeven, dat het voetbalspel van Engelse oorsprong is en zij ook de eersten waren om met ploegen in balwedstrijden uit te pakken. Daarenboven mag men niet vergeten, dat zij aan de basis lagen bij het opstellen van de reglementering.

Hoe zat het in Italië, Frankrijk en België?

In het begin van de 16e eeuw, kende men in Italië het "giocco del calcio", dat in en rond Florentië fel beoefend werd. Naar verluid werd het moreel van de soldaten in 1530 bij een belegering zo opgemonterd, dat nagenoeg alle muiterij daarna verdween. Florentië herdenkt nog steeds dit eeuwenoude spel door het spelen van een "calciomatch", met aandacht voor de reglementering en aangepaste kostumen van weleer. Ook eist Italië de eer op, bakermat te zijn van het voetbalspel en waar men binnen de Italiaanse voetbalfederatie nog steeds luistert naar de naam "Federazione Italiana del giucco del calcio".

Ook Frankrijk kende omstreeks de jaren 1300 in de omgeving van Normandië het spel met de "choule". Kronieken uit 1555 vermelden namelijk: "...hoe Heer van Gouberville rond Kerstmis in een partij ruw werd aangelopen door een van zijn tegenstrevers met name Cantenye..."

In België, werd er tijdens de Middeleeuwen gevoetbald "souic", dit omstreeks 1522 tijdens de kermissen en andere volksfeesten te Tienen en Waals-Brabant. De burgemeester, duidde een doel aan en het kwam er op neer de met zagemeel gevulde lederen bal in het doel te werpen, te duwen of te schoppen. Het spel kende namelijk rond de streek van Tienen zo'n succes, dat ganse velden hun oogsten vernield zagen zien. Daardoor werd men genoodzaakt om in 1780 strenge verbodsbepalingen uit te vaardigen.

In het Waals-Brabantse Jodoigne, werd het spel zelfs met succes bekroond, omdat het de gezondheid ten goede kwam. Dit was wat men toen dacht in de Middeleeuwen. Nochtans waren de herstellende melaatsen, die uit de leprahuizen kwamen en deelnamen aan het spel, de blijvende oorzaak van deze vreselijke ziekte, die Jodoigne nog ettelijke jaren zou blijven teisteren.


Mochten woorden, die schuin geschreven staan, niet juist zijn weergegeven, is het omdat deze zo werden overgenomen.

Brontekst:
Ons Land 30-04-1927
Zondagsvriend uit de jaren 1930 (Veritas)
Noël De Mey

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.



Norbertus van Couweren 1597-1661




Abt Norbertus van Couwerven (1597-1661)
Norbertus van Couwerven
1597-1661
Norbertijn Norbertus van Couwerven werd te Antwerpen geboren in 1597. Op 16-jarige leeftijd trad hij toe tot de Norbertijner Orde. Hij werd bachelor in de theologie, professor in de Wijsbegeerte en Heilig Schrift, novicemeester en prior. Vervolgens was hij pastoor van Beerse en Vosselaar.

Wanneer abt van den Sterre overleed-die het intellectuele peil van zijn abdij hoog had weten te houden-werd de opvolging aan Norbertus van Couwerven toevertrouwd. Hij zou de Sint-Michielsabdij besturen van 1653 tot aan de dag van zijn overlijden, 9 september 1661.

Als abt werd hij in zijn stad herinnerd als een hevig predikant en was dit reeds voordat hij abt werd. Zelfs wanneer hij dit ambt bekleedde, besteeg hij nog dikwijls de kansel. Zijn sermoenen zorgden steeds voor een grote volkstoeloop. Hij bleef de eenvoud zelve en men loofde hem voor zijn voorzichtigheid en zijn geleerdheid.

Vier jaar voor zijn overlijden in 1657, werd de jongste dochter van schilder Marten Pepyn (1575-1643) en Maria Huybrechts, Catharina Pepyn (1619-1668) de opdracht toevertrouwd om een geschilderd portret te vervaardigen van zowel de overleden abt van den Sterre (+1652) als van hemzelf. Het schilderij werd door haar gedagtekend "onder het kussen des zetels" met "Catharina Pepyn f". Het stuk werd in 1909 door "Artibus Patriae" aangekocht van de abdij van Tongerlo voor het museum. Kunstschilder Van der Ouderaa maakte voor Tongerlo een prachtige kopij van het doek.

Ooit hingen beide schilderijen van abt van den Sterre en van abt Van Couwerven in de voorzaal van de abdij van Sint-Michiels van Antwerpen. Het was namelijk een gewoonte sinds midden de XVIe eeuw een portret te laten schilderen van de opeenvolgende oversten. De Franse Revolutie, die de kloosterhuizen afschaften, hebben, de ooit zo prachtige portrettengalerij doen verspreiden.


Bronnen:
Zondagsvriend 21-05-1933
Oud-Antwerpse portrettengalerij van Floris Prims

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.
Noël De Mey

dinsdag 29 oktober 2013

De legertroepen uit de 15e en 16e eeuw in wapenrok


De Krijgseenheden der Bourgondiërs en Habsburgers

Daar de Bourgondische vorsten over een onmetelijk gezag wilden beschikken, moesten zij kunnen rekenen over een trouwe en afhankelijke troepenmacht. Omwille daarvan richtten zij een leger op en zochten zij zelfs huurlingen uit eigen en vreemde landen, die bereid waren hun leider te gehoorzamen en te dienen. Hoewel betalingen dikwijls uitbleven, werd dit verholpen door veroverde buit onderling te verdelen.

Een ander probleem was, dat de hertogen steeds veel geld nodig hadden om ten strijde te trekken en moest er steeds beroep gedaan worden op geldbeurzen. De krijgstochten van Vermandois in 1411 en Kales (nu Calais) in 1436 waren daar een voorbeeld van.

Vooral de troepenmacht van Karel de Stoute (1433-1477), had een enorme geldhonger en verslond merkelijk grote schatten. In 1473 eiste hij 500.000 kronen, wat extreem hoog was in die tijd. Daartegen over stond dan weer, dat zijn leger als het beste, sterkste en goed uitgerust bestempeld stond van Europa.

Bereden boogschutter tijdens het Bourgondisch tijdperk
Bereden boogschutter tijdens
het Bourgondisch tijdperk
De kern ervan bestond uit: "...groepen van ordonnantie, een staande troepenmacht van 800 speren, waarbij iedere speer uit 8 man bestond (1 speerdrager-bevelhebber, die meestal een edelman was; 3 boogschutters, 2 pages en 2 wapenknechten). Zo'n troepenmacht groeide op deze manier uit tot 18.000 man, waarvan de helft bereden. Hoewel Karel de Stoute over een goede gestructureerde artillerie beschikte, leed hij zware verliezen in de Zwitserse kantons. Te Nancy werd hij zo goed als van de kaart geveegd.

Onder de Habsburgers, bleef die inrichting zo goed als behouden. Keizer Maximiliaan I (1459-1519), stelde zich tevreden met de overgebleven Bourgondische en Picardische vendels (compagnie) met toevoeging van Duitse landsknechten. Laatstgenoemden stonden omschreven als: "vuile boter bij vuile vis". Om verder de geringe getalsterkte van zijn leger nog beter te verhelpen, breidde hij zijn artillerie uit en voerde meer draagbare vuurwapens in.

Bewapening en tactiek

De in de 14e eeuw gebruikte wapens en uitrustingen werden verbeterd en vervolmaakt. Helmen bedekten meer de nek en de hoofdzijden. Ook werden zij voorzien van een beweeglijk of vast vizier, die het gelaat moest beschermen. Het harnas, die de uitrusting bij uitstek was van de ruiterseenheden, bestond uit elkaar gebonden platen. Hun paarden werden bij gelegenheid soms ook daarvan voorzien.

De stootwapens werden met grotere en bredere spitsen voorzien. Aan hand-en kruisbogen was er geen tekort. De voetboog kreeg er een geducht wapen bij. Deze werd voorzien van een stevige stalen veer, die door middel van een windas diende aangespannen te worden. De bediener ervan moest hierbij zijn voet in een aangepaste beugel plaatsen. Ook de zwaarden, die het voetvolk droegen werden handiger gemaakt.

Bereden en onbereden kolveniers op het einde van de 15e eeuw. Rechts een voetboogschutter, begin van de 15e eeuw.
Bereden en onbereden
kolveniers einde 15e eeuw
en rechts een voetboogschutter
begin van de 15e eeuw
De artillerie, die bestond uit donderbussen, bombarden, serpentijnen (kanonnen), crapaudijnen en ribaudekijnen. In het begin van de 15e eeuw, stelde het geschut echter weinig voor, maar langzamerhand kwam daar verandering in. Op het einde van de 15e eeuw werden handvuurwapens en kollevijnen (kan verwijzen naar kolvenier) gebruikt zowel door het voetvolk als door de ruiters.

Hierdoor werden formaties van de infanterie van op afstand verbroken en in verwarring gebracht. Ze werden gedwongen om zich te verspreiden en konden zich tegen de ruiters niet meer verdedigen. In open veld ontbrak het er aan bescherming en was het voetvolk eraan voor de moeite. Dit ondervond ook Karel de Stoute bij de Slag bij Grandson (1476) en bij de Slag bij Murten (1476).


Bron:
Ons Land 30-08-1947
Noël De Mey

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.




maandag 28 oktober 2013

Grote gezinnen in België

Laatste update: 30-03-2014

Kroostrijke families door de jaren heen in België

Dat er door de eeuwen heen, heel wat grote gezinnen waren, die meer dan tien kinderen ter wereld brachten, kon destijds al normaal worden omschreven. Iedere stamboomonderzoeker zal ooit wel eens op een heuse familiekring gestoten hebben, waarbij er vijftien of meer kinderen de armtierige woningen of stenen kamertjes bevolkten.

Ook was het zo, dat er toen binnen diezelfde grote gezinnen veel kindersterfte was. Om deze reden, ziet men in de parochie- of burgerlijke registers meermaals dezelfde voornamen van kinderen weer binnen hetzelfde gezin. Bovendien werden de niet erkende kinderen in een apart register opgenomen, wat het dan weer moeilijk maakt om te achterhalen wie de ouders waren.



Het gezin Dolfyn-Coornaert uit Kortrijk kregen 29 kinderen.
Gazette van Brugge van 03-03-1888
In de Gazette van Brugge van 3 maart 1888 verscheen een bericht over een moeder met 29 kinderen. Deze blijde gebeurtenis vond in het gezin Dolfyn-Coornaert plaats, die woonachtig waren langsheen de Gentse Steenweg nr. 102 te Kortrijk.
De vrouw werd in het jaar 1845 te Kuurne geboren en trad op haar 19é jaar in het huwelijk. Op het moment van de geboorte van haar 29é spruit was zij reeds 24 jaar gehuwd.

Frappant en het spijtige hierbij was, dat er maar één enkele zoon het overgrote kroostrijke gezin overleefde en zelf in het huwelijk trad op 22-jarige leeftijd.




August-Hanssens-Rosalie Delrue uit Komen. Gazette van Brugge 06-08-1913.
Gazette van Brugge van 06-08-1913

Een ander kroostrijk gezin was deze van het echtpaar August en Rosalie Hanssens-Delrue uit Komen. Zij vierden in juni 1913 hun 50-jarig huwelijksjubileum en waren destijds woonachtig in de Mont-à-Lensstraat.

Het echtpaar bracht 18 kinderen ter wereld, waarvan er nog dertien in leven waren. August, die afkomstig was van Moen, werd op 7 maart 1843 geboren. Zijn echtgenote Rosalie zag op 21 februari 1843 te Zwevegem het levenslicht.


Familie van Dhr. en Mevr. Paul Bedoret uit Namen met 13 van de 17 kinderen.
Dhr. en Mevr. Paul Bedoret uit Namen met 13 van hun 17 kinderen.
De oudste zoon werd gedood tijdens Wereldoorlog I van 1914-1918 aan de Yzer.
Een dochter kwam om het leven tijdens een auto ongeval en twee andere kinderen
overleden op jeugdige leeftijd. Le Patriote Illustre 08-01-1928

Gezin Jan Van Hul(le)-De Ben uit Bazel-Waas met hun 21 kinderen.
Gezin Jan Van Hul(le)-De Ben uit Bazel-Waas met hun 21 kinderen. Ons Land 1927
Het gezin Jan Van Hul(le)-De Ben uit Bazel-Waas, telde 21 kinderen, waaronder 12 meisjes en 9 jongens. Hun jongste spruit, dat op 5 september 1926 werd geboren, had als meter, Koningin Elisabeth. Het koningspaar bracht op 9 juni 1927 in het bijzijn van Z.K.H. Prins Leopold een bezoek aan dit voorbeeldig kroostrijke gezin. De vader was toen 49 jaar en de moeder 42 jaar oud.

Familie Frans Jacobs-Porte uit Dilbeek hadden ooit 12 kinderen.

Het echtpaar Frans Jacobs-Porte uit Dilbeek, die op het ogenblik van hun viering,
respectievelijk 85 en 81 jaar oud waren, hadden ooit 12 kinderen
ter wereld gebracht. Acht daarvan waren nog in leven. Ons Land 22-12-1928
Familie J. Seppens-Barsier uit Lommel Barrier, bestond uit 16 kinderen.

Het Vlaams huisgezin van J. Seppens-Barsier, uit Lommel Barrier, telde
 16 kinderen. Ons Land 05-01-1929

Het gezin Vencken-Renier uit Dilsen-Stokkem met hun 13 kinderen.
Het gezin Vencken-Renier Negenoord uit Dilsen-Stokkem (Stockheim)
 met hun 13 kinderen. Ons Land 23-02-1929



De familie Paul Vander Smissen uit Gent bestond uit 17 kinderen.

Familie Paul Vander Smissen uit Gent, hadden 17 kinderen.
Le Patriote Illustré 24-03-1931
De familie Van den Broucke-Geldhof uit Heule hadden 12 kinderen.

Familie Van den Broucke-Geldhof uit Heule hadden 12 kinderen
 Zondagsvriend 15-05-1932


De familie Smets-Van Laer uit Grobbendonk telden 16 kinderen.

De Familie Smets-Van Laer uit Grobbendonk met hun 16 kinderen.
 Zondagsvriend 07-08-1932 (R. Debandt, Zandhoven, Heikant)



Het gezin Arthur Moonen-Dymphna van Deursen uit Borgerhout met hun 11 kinderen.

Familie Arthur Moonen-Dymphna van Deursen uit Borgerhout
met hun 11 kinderen. Arthur, die een actief toneelspeler was,
vierde er zijn 30-jarig jubileum binnen zijn afdeling "De Dageraad"
Zondagsvriend: 30-10-1932



Het gezin Frans Geets-Van Mirlo uit Minderhout met hun 15 kinderen.

De Familie Frans Geets-Van Mirlo uit Minderhout met hun
15 kinderen.  Zondagsvriend 13-11-1932


De familie Verbist-Wollants uit Niederviersel-Pulle hadden 16 kinderen.


Familie Verbist-Wollants uit Niederviersel-Pulle die met 16 kinderen
gezegend werden. Daarvan waren er nog 12 in leven.
Zondagsvriend van 26-02-1933


De familie Albert Derdeyn-Fieuws uit Marke met hun 12 kinderen.

Familie Albert Derdeyn-Fieuws uit Marke met hun 12 kinderen.
Zondagsvriend 29-10-1933 


De familie Herman Franssen-Classens uit Rekem met hun 12 kinderen.

Het echtpaar Herman Franssen-Classens uit Reckheim (Rekem) met
hun 12 kinderen. Zondagsvriend 19-11-1933


Dhr. Petrus Vervalle en Mevr. Sidonia Bouttens uit Wevelgem brachten 15 kinderen groot.

Petrus Vervalle en Sidonia Bouttens, die in
november 1933 hun 50-jarig huwelijksjubileum
vierden te Wevelgem brachten 15 kinderen groot.
Zondagsvriend 26-11-1933


Dhr. August Blancke en Mevr. Hugelier uit Bavikhove kregen 12 kinderen.

August Blancke-Hugelier uit Bavikhove vierden eind november 1933 hun
gouden bruiloft. Zij kregen 12 kinderen. Zondagsvriend 03-12-1933


Het echtpaar Camille Norcillie-Lutin uit Bavikhove hadden 14 kinderen.

Het echtpaar Camille Norcillie-Lutin uit Bavikhove, die hun 50-jarig
huwelijksjubileum vierden in november 1933, hadden 14 kinderen
ter wereld gebracht. Zondagsvriend 03-12-1933



Het echtpaar De Coninck-Van den Broucke uit Moen hadden 13 kinderen.

Het echtpaar De Coninck-Van den Broucke uit Moen, die op
3 februari 1935 hun 50-jarig huwelijksjubileum vierden,
hadden 13 kinderen. Zondagsvriend 03-02-1935


De familie Maes-Moens uit Eksel kregen 16 kinderen.

De familie Maes-Moens uit Eksel, hier afgebeeld met 14 kinderen.
De ooievaar kwam echter 16-maal op bezoek. De Stad 08-04-1938




mail: noel.de.mey@telenet.be

Noël De Mey


Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.