Pagina's

donderdag 31 maart 2011

De schoenen van Keizer Karel

Het was op 25 oktober* (geen jaartal), dat Keizer Karel toen hij te Brussel ging, met zijn teen door zijn schoen zat. Hij ging naar de eerste beste schoenlapper, om hem te doen vermaken. "Wat"!: zei de discipel van 'Crispyn' , ik werken op Crispynus dag? Voor de keizer niet! Wilt u een pot met ons drinken, dat is u (gejeund) gegund, maar werken doe ik niet. Karel stond wat nadenkelijk te zien.

De schoenlapper vervolgde verder door te zeggen: "...dat de bezoeker waarschijnlijk een politieker moest zijn, maar zijt wie u wilt, ik drink op de keizers zijn gezondheid"!

"Ziet u uw keizer (geern) graag": vroeg Karel. "Zeker zie ik hem geern, die lange (neuze) neus van die keizer, maar wilde hij onze lasten verminderen, 'k zag hem wel nog zo geern". "Kameraad": zei de schoenlapper, op uw gezondheid, maar werken voor de keizer, niet!

Karel dronk en zei: "...bedankt, een goede avond en ging weg". 's Anderendaags, zond hij iemand om de schoenlapper naar het koninklijk Hof te brengen. Wanneer hij aan het Hof aankwam, herkende hij de keizer en het gesprek van de dag voordien indachtig, dat hij hem 'lange neuze' gescholden had, werd de schoenlapper verlegen. De keizer bedankte hem voor zijn goed jongste van de avond te voren en liet hem kiezen wat hij als loon wilde.

"Sire",: zei de schoenlapper, met uw believen, verzoek ik als het u belieft, dat de schoenlappers mogen voor de schoenmakers gaan en een (leerze) laars met een keizerlijke kroon op mogen in hun wapens dragen.

' 't Is u gedaan' : zei Karel.
Heden ten dage ziet men in de schoenmakerskapel te Brugge, de keizerlijke gekroonde laars.

* 25 oktober, staat voor St. Crispyn en Crispiniaan. Dat waren twee edele Romeinen, die christenen en schoenmakers werden in het jaar 303. Deze dag staat symbool voor de schoenmakers, vandaar dat de man geen arbeid wilde verrichten.

Gazette van Brugge, zaterdag 18 oktober 1884
Noël De Mey
© Sabam

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Moedige Brusselse burgemeester

Burgemeester Karel Buls 1837-1914
Burgemeester Karel Buls
Burgemeester Karel Buls (1837-1914) van Brussel, heeft op zondag 10 augustus 1884, een daad van moed en zelfopoffering gedaan. Een paard, dat gespannen was aan een rijtuig, waar een vrouw en haar kind plaats genomen hadden, was op hol geslagen. Alvorens men zich van het dier meester had gemaakt, had de burgemeester het rijtuig genaderd. Met gevaar voor zijn eigen leven, redde hij de vrouw en het kind, door ze vanuit het rijtuig te halen.




Gazette van Brugge, woensdag 13 augustus 1884
Noël De Mey
© Sabam

Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.

Gerardus de Zwarte (Asse)

De edele ridder Hidesbald was een oude man geworden. Hij bewoonde het kasteel van Asse en Terheiden, ten tijde dat al de christenen koningen en edellieden van Europa naar Jeruzalem trokken, om het graf van de Zaligmaker te bevrijden tegen de aanvallen van de Turken. Boudewijn Hapkin (1093-1119) was toen, graaf van Vlaanderen.

Hidesbald, te oud geworden, om zelf de wapens te nemen, zond in zijne plaats, zijn twee zonen naar het Heilig Land, namelijk: Robrecht en Gerardus de Zwarte. Robrecht, een moedige ridder en christen, aanvaardde dit met blijdschap. Hij verliet vrouw en kind, om naar het Oosten te gaan vechten. Doch zijn broer, Gerardus, misleid en bedorven, had er de moed niet en bleef bij zijn eigen vader.

Tien jaren verstreken, zonder dat men enig nieuws vernomen had van Robrecht de Kruisvaarder. Gerardus van zijn kant, begon langs om meer, het erfdeel van zijn vader Hidesbald geheel in te palmen. Daarvoor moest hij het gerucht verspreiden dat zijn broer Robrecht, gedood was in de heilige oorlog. Ook moest hij daarvoor de vrouw van Robrecht, opsluiten in een klooster en haar enig kind, Koenraad, vermoorden. Vervolgens moest Gerardus, zijn oude vader, achter de grendels werpen, van een onderaardse kerker.

Dit alles werd door de boze toeziener, Arnold van het kasteel aan Gerardus voorgeschreven, die ervoor moesten zorgen dat Gerardus op deze manier rijk zou zijn. Maar wanneer het boosaardige plan ten uitvoer zou worden gebracht, kwam heel onverwacht, tot ieders verbazing, Robrecht, levend terug in Vlaanderen. De Goddelijke voorzienigheid kwam tussenbeide, om Hidesbald, Robrecht, Koenraad van de dood te redden en Gerardus de Zwarte alsnog te bekeren.

Gazette van Brugge, zaterdag 26 januari 1884
Noël De Mey
© Sabam
Op de hoogte blijven?  Abonneer je op mijn feed.